Twee ploegen treden tegen elkaar aan: de teerling beslist welke ploeg met welke kleur speelt (rood of blauw) en welke ploeg begint.
Elke ploeg rolt om beurt 1 bol naar het doel: de ploeg met het kleur die het dichtst het doel heeft genaderd, mag beginnen.
De spelers van de startende ploeg bollen na elkaar 1 platte bol naar het doel en dan probeert elke speler van de andere ploeg met zijn bol ook weerom zo dicht mogelijk van het doel te bollen en desnoods de versperring te doorbreken. Slechts 1 kleur kan nu punten scoren volgens het aantal dichtst bij het "plumke" liggende bollen. De gescoorde punten worden met de overeenkomstige kleur van de wijzers op de horloge aangeduid. Het winnende kleur zet het volgend spel op.
De ploeg die het eerste de 12 haalt op de horloge, wint 10 punten op het scoreblad. De andere ploeg noteert 0.
Het groepsresultaat vul je in onder het overeenkomstig spelnummer bij de rubriek baanbolling.
Dit spel herinnert onwillekeurig aan de Vlaamse kermissfeer. Met stoffen balletjes probeer je zoveel mogelijk blikjes omver te gooien: 1 omgegooid blikje is 1 punt.
Het spel bestaat erin om te ontsnappen uit de gevangeniscel waar vroeger de douaniers hun smokkelaars in opsloten. Je wordt in de cel gestopt met een helebos sleutels en wie in de kortste tijd de juiste sleutel van de gevangenisdeur gevonden heeft, heeft het spel gewonnen.
Vanop een afstand (verschillend voor man, vrouw en kind) gooit elke speler enkele bollen naar het doel = de gaai. Elke gaai stelt een aantal punten voor.
Het galgespel is een galg met ketting en ijzeren ring. Met de ijzeren ring probeert de speler in een afgesproken aantal beurten zoveel mogelijk van de 9 kegels met verschillende puntenwaarde om te gooien. Bij een volgende worp kunnen de nog overblijvende kegels omgegooid te worden. De galg verwijst naar de schandpaal aan de gevel van het Wethuys, vroeger de ambtswoning van de graaf van Watou.
Voor dit behendigheidsspel spelen telkens twee spelers uit groep 1 tegen twee spelers uit groep 2. Elke speler dient drie ingangen te vrijwaren door met een houten hamertje het bolletje uit het doel te houden. Deze houten hamer moet binnen het doel gebruikt worden. Een druk op de knop brengt het bolletje op het speelveld.
Indien de bal in het doel rolt, betekent dit 1 punt voor degene die scoort.
Zodra één team van twee spelers samen 5 doelpunten heeft gescoord, stopt voor hen de match.
In een zelfgemaakte bierbak staan diverse kleine hommelbierflessen gegroepeerd. De bedoeling is een aantal houten ringen vanop een welbepaalde afstand rond de flessenhalsen te werpen. In het midden van de bierbak staat een grote hommelbierfles waarmee men uiteraard meer punten kan verzamelen. Wie erin slaagt een ring rond de kleine bierfles die juist achter de grote hommelbierfles staat te werpen krijgt men van de uitbaatster van de stadsschaal een vol bierflesje cadeau.
Elke speler gooit zes keer het houten blokje, dat met een touwtje aan de zoldering is vastgemaakt, naar een rij met vier heren- en twee damesfiguren die elk hun eigen puntenwaarde hebben.
Iedere speler van elke ploeg gooit vanaf de aangeduide streep op de vloer de metalen schijven naar de kikker ("puut"in de streektaal) met opengesperde bek en totaliseert zijn puntentotaal.
Elke deelnemer mag vijf pijlen schieten naar de liggende wip. Dit van op een afstand van 10 m. Ieder raak schot (=1 afgeschoten gaai) levert 10 punten op...
Met een soort biljartstok of keu tracht je een aantal schijven zo dicht mogelijk bij de achterste pin te schuiven zonder dat ze in de goot belanden. Je krijgt één punt voor elke schijf die dichter ligt bij de pin, dan de schijven van je tegenstander.
Iedere speler dient de houten schijfjes over een houten blad in gleuven met verschillende puntenwaarden te schuiven. De schijven moeten wel degelijk volledig in de gleuf te zitten. De verschillende puntenwaarden zijn: 10 pt, 20 pt, 30 pt, 40 pt.
De houten bol wordt bij het tafelbolspel door het naar buiten bewegen van twee stangen zover mogelijk naar voren gebracht. Valt de bol door de beide stokken heen, tellen de punten van het vak waarin hij terechtkomt. Dit spel is uniek in de Westhoek.
Het tafelkegelspel is eigenlijk een binnenhuisversie van de grote kegelbaan.
Elke speler gooit de houten bol via de buitenkant naar binnen en probeert aldus een zo groot mogelijk aantal van de negen houten kegels omver te gooien.
Iedereen gooit 2x na elkaar, de omgegooide kegels van de eerste beurt blijven wel liggen. 1 omgegooide kegel = 1 punt.
Is een eenvoudige variant van het pudespel. Van op een afstand probeer je de metalen schijven door de opening(en) van de bak te gooien. Per schijf die volledig in een gat verdwijnt, krijg je punten.
Met het touwtje laad je de houten top. Je lanceert de top met een korte, stevige ruk in de tafel waar de kegeltjes staan opgesteld. Als de top stilvalt, bepaalt het aantal omvergegooide kegeltjes jouw puntenaantal.